Meer over hyperactiviteit

O O R Z A K E N   V A N   H Y P E R A C T I V I T E I T 

Om te kunnen zeggen of hyperactiviteit bij honden bestaat, zal ik eerst moeten definiëren wat hyperactiviteit is. Er zijn veel honden die erg druk zijn. Voor een gedeelte heeft dat te maken met het feit dat veel honden te weinig activiteit aangeboden krijgen. Deze honden zijn gefokt om te werken, maar worden nu gebruikt als huishond. Zo krijgen chocoladebruine labradors vaak het stempel ‘hyperactief’, maar ook bij andere werkhonden komen bijzonder drukke exemplaren voor. Denk maar aan Border Collies, Mechelse Herders, Duitse Herders en dan met name die met een ‘rechte rug’ (deze variant wordt ook wel ‘werklijn’ genoemd), en aan verschillende jachthonden (Vizla, Weimaraner, Engelse Springer Spaniël, etc.) Je zou kunnen zeggen dat hyperactiviteit gedeeltelijk rasgebonden is.


Je moet je dan echter afvragen of je dit gedrag wel hyperactief mag noemen. Honden zijn door mensen geselecteerd op specifieke kenmerken die wij mensen goed konden gebruiken. Wanneer je een hond zoekt om je erf te bewaken, wil je geen hond die steeds achter konijnen aanjaagt, maar liever een rustige, zelfverzekerde hond, die niet het territorium dat hij moet bewaken verlaat, maar vooral veel om zich heen ligt te kijken in dat territorium.
Dan heb je het dus over heel andere eigenschappen dan wanneer je hond wil die samen met de baas op pad gaat om te jagen en het geschoten wild apporteert. Een lichamelijk heel actieve waakhond, is wat dat betreft opvallender dan een lichamelijk actieve jachthond.

Bijna alle hondenrassen zijn gefokt op specifieke werkeigenschappen. Op deze eigenschappen worden de honden al eeuwen geselecteerd, en deze eigenschappen haal je niet in een paar generaties uit het ras. Je kunt je voorstellen dat wanneer honden niet de mogelijkheid krijgen om deze eigenschappen te gebruiken, er problemen gaan ontstaan. Mijnheer Dobermann was een belastinginspecteur. Hij had een hond nodig die hem kon vergezellen bij het innen van de belasting. Daarom fokte hij een hond die indruk maakte.
Het is niet nodig om als eigenaar van een Dobermann belasting te gaan innen. Waar de Dobermann wel behoefte aan heeft is interactie met zijn baas. Samen dingen ondernemen.
De Border Collie is gefokt om 60 kilometer op een dag te lopen. Tijdens dat lopen moet hij in de gaten houden of er geen schapen van de kudde afdwalen. Wanneer dit wel gebeurd, moet hij deze schapen terugbrengen naar de kudde. Ook moet hij op commando van de herder schapen bij elkaar kunnen drijven, ophalen uit de wei, en zelfs specifieke schapen van de kudde scheiden. Het is niet noodzakelijk om met een Border Collie schapen te gaan hoeden. Het is voor de Border Collie wel noodzakelijk dat hij veel energie kwijt kan (dus lange wandelingen en niet driemaal daags een blokje om), en dat hij opdrachtjes voor de baas uitvoert.
Voldoe je als baas niet aan de rasgebonden behoeften van je hond, dan ontstaan er al snel problemen. De hond gaat zijn werkeigenschappen zelf ontplooien, en meestal niet op een manier waar de eigenaar op zit te wachten. Problemen die kunnen ontstaan door gebrek aan uitlaatklep zijn bijvoorbeeld: jagen (achter joggers, fietsers, auto’s, treinen, katten, wild, etc.), overdreven waaksheid, diverse vormen van agressie, reageren op elke prikkel, constant in beweging zijn, veelvuldig blaffen, niet meer hier willen komen, rondjes rennen door de kamer, slopen, maar ook door de ontstane stress stereotiep gedrag en automutilatie.
Border Collies zien we bijvoorbeeld gaan hoeden. Alles wordt bij elkaar gehouden, van kinderen in het park, tot eendjes in de vijver. Ik ben er zelfs een tegengekomen die mieren op het terras bij elkaar wilde houden. Wanneer het niet lukt om deze dieren of mensen bij elkaar te drijven, gaan ze vaak een stap verder: in de hakken bijten (om je terug te sturen naar je kudde).
Deze voorbeelden vallen mijns inziens niet onder hyperactiviteit. Zou je namelijk aan de behoeften van de hond tegemoet komen, dan zou de hond het gedrag niet vertonen.
Vergis je niet: sommige honden hebben gewoonweg heel erg veel geestelijke en lichamelijke activiteit nodig. Vooral de ‘werklijnen’ binnen sommige rassen. Deze honden zijn niet op schoonheid gefokt, maar puur op werklust. Vaak zijn dit de workaholics binnen het ras. Eigenaars denken vaak dat de hond genoeg te doen heeft, maar de hond denkt daar vaak heel anders over!

Leeftijd speelt hierin ook een heel belangrijke rol. Honden van 6 tot 24maanden, zijn in de bloei van hun jeugd, en lijken soms niet moe te krijgen. Ik heb het vaak gezien en ik spreek hierbij ook uit ervaring. Onze eerste hond, een rottweiler x herder x labrador kregen we toen hij 7 maanden oud was. Al liepen we er uren mee, hij was niet moe te krijgen. Toen hij 1 ½ jaar was, ging ik met hem een behendigheidscursus volgen. Hij liep dan 11 kilometer aan de fiets mee naar het trainingsveld, vervolgens trainde ik een uur met hem (over hekjes springen e.d.), om daarna weer 11 kilometer aan de fiets terug te lopen. Dit deed hij met groot gemak.


Onze huidige hond is een kruising windhond x border collie. Toen zij een jaar oud was, had ze ongelofelijk veel energie. Een uurtje na een ons inziens vermoeiende wandeling (bijvoorbeeld na een uurtje uitrazen op het strand of in het bos, en dan bedoel ik echt uitrazen, bijna de hele wandeling achter balletjes aanrennen in volle galop), stond ze al weer te trappelen voor een volgende wandeling.
Toen beide honden volwassen waren (zo rond een jaar of 3), waren het ‘gewoon’ actieve honden. Het hyper was eraf.


Opvoeding speelt ook een grote rol bij de veel te drukke hond. Door een onjuiste opvoeding kan er gedrag bij de hond gemotiveerd worden, dat de eigenaar liever niet gezien had. Zo spelen sommige pups erg wild, ze zijn erg druk, en bijten daarbij vaak te hard. In de natuur wordt zo’n pup gecorrigeerd door zijn roedelgenoten, bij ons mensen gaat dat vaak onbedoeld anders. Zo kan het gebeuren dat de pup de pogingen van zijn baas om het drukke spelen af te leren juist ervaart als aandacht (leuk!). Te zachte, onduidelijke correcties, worden door pups vaak gezien als aanmoedigingen om verder te spelen. De baas zou het spel beter direct kunnen staken, zodat de pup leert dat als hij te wild is, het spel afgelopen is. Nu worden alle varianten op wegduwen en in zijn nekvel pakken als spelgedrag van de baas ervaren, en dus als motivatie om vooral door te gaan. Dit gedrag wordt steeds erger, en later terugdraaien is een hele klus.
Datzelfde geldt voor sommige volwassen honden. Ik heb veel volwassen honden gezien die de te drukke, te hard bijtende pup niet corrigeerden. Het gevolg: bloedende oren en andere wondjes, en natuurlijk een pup die als volwassen hond ook veel te hard bijt (hij heeft tenslotte nooit geleerd om zachtjes te spelen).
Aandacht geven aan ongewenst gedrag leidt vaak tot opdringerige, drukke honden. Ook weer doordat de pogingen om het gedrag te stoppen door de hond als motivatie van dit ongewenste gedrag wordt ervaren. Meest bekende voorbeeld hiervan is tegen mensen opspringen. De hond doet dit om aandacht te krijgen, en hij heeft er succes mee doordat de mensen waar hij tegenop springt hem aandacht geven. Aandacht ook weer in de vorm van: wegduwen, laag houden, onder appèl proberen te zetten maar dat beheerst hij niet goed, dus heel vaak het commando ‘zit’ herhalen. De hond vindt het alleen maar prachtig.

Sommige mensen behandelen hun hond als kind. Dit geeft meestal rangordeproblemen; de hond wordt de baas in huis. Veel honden kunnen er niet tegen dat zij de leiding in het huis hebben. Ze zijn er qua karakter niet geschikt voor. Resultaat: een overspannen hond. Net als bij mensen kan die overspannenheid zich op diverse manieren uitten. Eén manier daarvan is de neuroot. Een hond die constant probeert alles in de gaten te houden, maar daar zelf stapelgek van wordt. Dit kan door mensen als hyperactief worden opgevat.

Ook een erg drukke omgeving kan honden erg druk maken. Bijvoorbeeld een gezin met hele drukke kinderen zorgt ervoor dat de hond steeds weer gemotiveerd wordt tot activiteit. Er moet door de hond gewoonweg op de prikkels gereageerd worden, de verleiding om mee te doen is té groot, zeker voor jonge honden (... de spreekwoordelijke ‘jonge hond’ komt niet uit de lucht vallen...)

De voorgaande vormen van hyperactief gedrag zijn aangeleerd of door het ras bepaald. Daarom vind ik dat ze niet als hyperactief gezien mogen worden. Er is daarnaast nog een groep hyperactieve honden die niet binnen de hiervoor omschreven groepen horen. Deze honden zijn ondanks de juiste omgang van de eigenaar (energie kwijt kunnen, juiste opvoeding, geen drukke omgeving) toch extreem druk. Naar mijn idee is dit de groep honden waar je pas echt kunt spreken van hyperactiviteit. Dit is de groepwaar ik mij als homeopaat op richt.